Wkkgz roept veel juridische vragen op
Print pagina

Wkkgz roept veel juridische vragen op
Sprekers:
Locatie:
Datum:
25 november 2016
Aanvang:
Kosten:
Datum:
25 november 2016
Locatie:
Datum:
25 november 2016
Geplaatst op:
25 november 2016
Door:
Door Prof.mr. A.C. Hendriks

Aart Hendriks als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Universiteit Leiden. Hij is daarnaast onder meer voorzitter van de Raad van Advies van de WAA.
 
Met ingang van 1 januari a.s. treedt het tweede en laatste deel van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg, in werking. Dit volgt na de invoering van het eerste deel van deze wet, kortweg Wkkgz, op 1 januari 2016. Hoogste tijd om voorbereid te zijn op de gevolgen hiervan. En dat is nog niet zo eenvoudig. Nu al blijkt dat veel zaken die deze wet beoogt te regelen verre van duidelijk zijn. Dit ondanks het feit dat mensen met vragen contact op kunnen nemen met het Landelijk meldpunt zorg en de overheid een folder heeft uitgebracht met meest gestelde vragen. De praktijk blijft evenwel zitten met een scala aan vragen. Waaraan moeten we dan denken?

Doel Wkkgz

Alvorens in te gaan op deze vragen, even terug naar het oorspronkelijke doel van de Wkkgz. Deze wet wil waarborgen scheppen ter verzekering van kwalitatief goede en veilige zorg. Met het oog daarop legt de wet allerlei verplichtingen op aan zorgaanbieders, dat wil zeggen zorginstellingen en solistisch werkzame zorgverleners. Zo moeten deze bij het aannemen van nieuw personeel gaan controleren hoe deze personen in het verleden hebben gefunctioneerd (vergewisplicht), moeten veel zorgverleners een VOG-verklaring overleggen aan hun werkgever en moeten zorginstellingen een beëindiging van een arbeidsrelatie wegens ernstige functioneringsproblemen gaan melden bij de Inspectie voor de gezondheidszorg. Andere verplichte maatregelen zijn onder andere het direct bespreken van incidenten met de patiënt en het melden van calamiteiten bij de Inspectie. Ook moeten zorgverleners patiënten voortaan (nog) uitgebreider gaan informeren, onder andere over de van toepassing zijnde tarieven, het bestaan van wetenschappelijk bewijs voor de behandelmethode en de ervaringen van andere ervaringen. De Inspectie ziet toe op naleving van deze verplichtingen.

Kwaliteitsverplichtingen

Deze kwaliteitsverplichtingen gelden reeds sinds 1 januari 2016. Daar komen per 1 januari 2017 de verplichtingen met betrekking tot klachten en geschillen bij. Het bestaande klachtrecht gaat als gevolg van de Wkkgz een metamorfose. In plaats van een verplichte klachtencommissie komt er straks voor alle zorgaanbieders, inclusief solistisch werkzame zorgverleners, de verplichting te beschikken over een klachtenfunctionaris met een bemiddelende taak. De klachtencommissie wordt voortaan facultatief. Indien de bemiddeling door de klachtenfunctionaris faalt, dat wil zeggen indien niet binnen zes weken tot overeenstemming is gekomen, kan de patiënt besluiten de zaak voor te leggen aan een onafhankelijke geschilleninstantie. Dit is een geheel nieuw orgaan. De patiënt kan de geschilleninstantie ook verzoeken hem schadevergoeding toe te kennen tot in ieder geval € 25.000. Daarmee wordt de weg naar de civiele rechter afgesloten, waarvoor de patiënt ook kan kiezen. Die keuze is aan de patiënt. Zorgaanbieders moeten samen met representatieve patiëntenorganisaties afspraken maken over de precieze vormgeving van de klachten- en geschillenregeling.

Wat is nu zo onduidelijk aan het bovenstaande? Een kleine greep uit de meest voorkomende vragen met voorlopige antwoorden.

Vergewisplicht zorgaanbieder

Hoever strekt de vergewisplicht van de zorgaanbieder? Is een zorgaanbieder altijd verplicht vooraf informatie in te winnen bij de Inspectie? Ik zou menen dat de wettelijke vergewisplicht bovenal vereist dat een zorgaanbieder navraag doet over het functioneren van een kandidaat in het verleden, en dat de zorgaanbieder zo nodig navraag doet bij vorige werkgevers en de Inspectie. Slechts in geval van evidente twijfels omtrent het functioneren van een kandidaat – bijvoorbeeld bij een recente ernstige tuchtrechtelijke maatregel, zichtbaar in het BIG-register – zal de zorgaanbieder moeten kunnen verantwoorden waarom hij geen navraag heeft gedaan bij werkgevers en Inspectie.

Solistisch werkzame zorgverleners

Zijn huisarts-waarnemers en ZZP-ers nu wel of niet ‘solistisch werkzame zorgverleners’ die aldus over een klachtenbemiddelaar en klachtenregeling moeten beschikken? De VWS-folder stelt van wel en op grond van de wetstekst kan ik die conclusie onderschrijven. Maar de precieze juridische status van waarnemers en ZZP-ers blijft aan verandering onderhevig, zodat het precieze antwoord afhankelijk is van het tijdstip waarop waarnemers en ZZP-ers een relatie aangaan met een zorgaanbieder en hoe die relatie er dan precies uitziet.

Incidenten en calamiteiten

Wanneer is precies sprake van een incident? En van een calamiteit? Voor een definitie van een calamiteit verwijs ik naar de Wkkgz. Het Uitvoeringsbesluit Wkkgz bevat een beschrijving van het begrip incident. Maar deze definities laten ruimte voor uiteenlopende interpretatie en geven bijvoorbeeld niet aan wat te doen indien een mogelijke calamiteit of incident ruime tijd later wordt ontdekt. In reactie op deze knelpunten tracht de Inspectie deze definities thans, samen met (koepels van) zorgorganisaties, te verduidelijken. Houd de website van de Inspectie dus in de gaten (www.igz.nl).

Klachtenregeling

En, een laatste voorbeeld: wat wanneer een zorgaanbieder met een representatieve patiëntenorganisatie er niet in slaagt overeenstemming te bereiken over een klachtenregeling. Kan dit de zorgaanbieder worden tegengeworpen? Over dit vraagstuk laten de wetsgeschiedenis en de VWS-folder zich in het geheel niet uit. Hier wreekt zich bovendien dat de wetgever een vorm van contractsdwang oplegt, met betrekking tot een onderwerp waarbij de belangen van zorgaanbieders en patiënten niet automatisch met elkaar in de pas lopen. Slechts ingeval een zorgaanbieder pogingen, om met een representatieve patiëntenorganisatie tot een klachtenregeling te komen, aantoonbaar heeft gedwarsboomd, kan dat mijns inziens een zorgaanbieder worden tegengeworpen.

De Wkkgz roept aldus een veelheid aan gezondheids- en arbeidsrechtelijke vragen op. Antwoorden op die vragen liggen slechts deels besloten in de honderden pagina’s dikke parlementaire geschiedenis, aangevuld met de informatie in de VWS-folder – waarvan de juridische status overigens ongewis is. Schroom daarom niet, al is het maar ter voorkoming van boetes en andere problemen, juridisch advies in te winnen.

Prof.mr. A.C. Hendriks
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken