Afspraak is afspraak
Print pagina

Afspraak is afspraak
Sprekers:
Locatie:
Datum:
05 september 2017
Aanvang:
Kosten:
Datum:
05 september 2017
Locatie:
Datum:
05 september 2017
Geplaatst op:
05 september 2017
Een medewerker in het openbaar onderwijs heeft bij uitdiensttreding, in aanvulling op een werkloosheidsuitkering, in beginsel recht op een door zijn oud-werkgever te betalen bovenwettelijke uitkering. Soms heeft die medewerker echter meer behoefte aan een in één keer uit te betalen som geld. In zo’n geval is het mogelijk de uitkering te laten afkopen. Uit de werkloosheidsregeling voor het het primair onderwijs volgt dat de werkgever bepaalt in welke gevallen afkoop is toegestaan en uit de werkloosheidsregeling voor het voortgezet onderwijs volgt dat de medewerker zijn bovenwettelijke uitkering mag afkopen als hij werkzaamheden als zelfstandig ondernemer gaat verrichten of gaat uitbreiden. Uiteraard moeten dergelijke maatwerkafspraken altijd schriftelijk en met de nodige waarborgen omkleed, worden vastgelegd.

Onderwijsmedewerker ontvangt ontslagvergoeding en bovenwettelijke uitkering

Dat de medewerker die heeft afgesproken dat hij van zijn bovenwettelijke uitkering afziet, zich nadien niet simpelweg kan bedenken om vervolgens op een uitkering én een ontslagvergoeding aanspraak te maken, heeft de Centrale Raad van Beroep onlangs weer eens duidelijk gemaakt. In de zaak die aan de Raad voor lag, was een medewerker van een school per 1 oktober 2008 uit dienst getreden en had daarbij uitdrukkelijk afstand van de bovenwettelijke uitkering gedaan. Die informatie had Loyalis, de uitvoerder voor de bovenwettelijke uitkeringen niet bereikt, zodat betrokkene alsnog een uitkering werd toegekend (bovenop de ontslagvergoeding). Betrokkene voelde kennelijk geen morele verplichting hierover navraag bij het schoolbestuur te doen.

Regels voor terugvordering WW gelden ook voor bovenwettelijke uitkering

Enkele jaren later kwam het bestuur achter de fout, trok het besluit waarbij de uitkering was toegekend in en vorderde de ten onrechte betaalde bedragen terug. Betrokkene weigerde terug te betalen, maar werd door zowel de rechtbank als de Raad teruggefloten. De Raad stelde vast dat in de Werkloosheidsregeling voor het voortgezet onderwijs is bepaald dat de artikelen uit de Werkloosheidswet over (onder meer) terugvordering en sancties, ook van toepassing zijn bij de bovenwettelijke uitkering. De in die artikelen genoemde verplichtingen rusten dus ook op het schoolbestuur. In casu was relevant artikel 22a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Werkloosheidswet, waarin staat dat het UWV het besluit tot toekenning van de WW-uitkering intrekt als de uitkering ten onrechte is verleend. Verder volgt uit artikel 36, eerste lid van de Werkloosheidswet dat de WW-uitkering die onverschuldigd is betaald door het UWV wordt teruggevorderd. Zodoende was het bestuur gehouden de als gevolg van de intrekking onverschuldigd betaalde bovenwettelijke uitkering terug te vorderen. Volgens de Raad was bovendien niet aannemelijk geworden dat terugvordering onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties voor betrokkene zou meebrengen, zodat geen sprake was van een dringende reden op grond waarvan het bestuur (gedeeltelijk) van terugvordering had moeten afzien.
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Eliza Christiaansen

Eliza Christiaansen

Telefoon 070-3648102